Ga naar content

Overdracht en tegenoverdracht in coaching

  • Coachtips
  • Leestijd: 10 min

Marielle Rumph LinkedIn profiel

Opleider

overdracht coaching

Je zit in een sessie. De coachee reageert ineens fel op iets kleins. Of klampt zich juist vast alsof jij de enige bent die het ‘snapt’. Jij bent opeens geïrriteerd. Of je voelt je verantwoordelijk. Wat gebeurt hier?

Welkom in het domein van overdracht en tegenoverdracht. Begrippen die uit de psychotherapie komen, maar ook in coaching een grote rol spelen. Vaak sluipenderwijs. En juist daarom moet je ze leren herkennen én hanteren.

In deze blog lees je wat overdracht en tegenoverdracht precies is, hoe je de signalen herkent bij je coachee én bij jezelf, en wat je kunt doen om er goed mee om te gaan. 

Wat zijn overdracht en tegenoverdracht?

Als coach wil je een gelijkwaardige relatie. Jij bent niet de redder. Niet de moeder. Niet de strenge vader. Maar soms lijkt het daar wel op in de sessie. Je coachee hangt aan je lippen, of wordt ineens fel, emotioneel of juist afstandelijk. Wat je ziet, is vaak geen reactie op jou als persoon, maar op wat jij vertegenwoordigt. Dat is overdracht.

Overdracht betekent: oud zeer in een nieuw jasje. De coachee projecteert onbewust gevoelens, wensen en verwachtingen van vroeger op jou, meestal vanuit relaties met ouders of andere autoriteitsfiguren. Die overdrachtsgevoelens kunnen positief zijn (“eindelijk iemand die me ziet”) of juist negatief (“jij gaat me ook wel weer in de steek laten”). De emoties zijn echt, maar niet helemaal passend bij de situatie van nu. En dat maakt het verwarrend én belangrijk om te herkennen.

Tegenoverdracht is wat dat bij jou losmaakt. Misschien voel je je ineens verantwoordelijk, geraakt of zelfs ongeduldig. Het is jouw eigen reactie op de overdracht van de coachee. Vaak zit daar ook je eigen geschiedenis in verweven. En dat maakt het tricky: je reageert niet meer professioneel, maar vanuit je eigen overlevingspatroon. En ja, dat kan iedereen overkomen, ook de doorgewinterde coach.

Overdracht herkennen: signalen en voorbeelden

Overdracht sluipt vaak stilletjes de sessie binnen. Het voelt alsof de coachee iets op jou projecteert. Je zegt A, en krijgt reactie X. Wat er gebeurt, klopt niet met de situatie van nu, maar wél met het verleden van de coachee.

Typische overdrachtspatronen? De coachee zoekt voortdurend bevestiging, alsof jij haar goedkeuring moet geven.

  • Hij wordt boos of raakt gekwetst door neutrale feedback.
  • Ze idealiseert je: “Jij bent de eerste die mij écht begrijpt.”
  • Of voelt zich snel afgewezen als je een grens aangeeft.

Praktisch voorbeeld:
Je stelt een vraag over de aanpak van je coachee. Plotseling barst ze in tranen uit: “Jij gelooft ook niet in mij, hè?” Terwijl jouw vraag neutraal en opbouwend bedoeld was. De heftige emotie zegt minder over jou, en meer over een oud patroon. Misschien werd ze vroeger vaak bekritiseerd zonder erkenning. Nu herhaalt dat gevoel zich in jullie gesprek.

Als coach herken je overdracht aan:

  • Emotionele reacties die niet ‘kloppen’ met wat je zegt of doet.
  • Herhalend gedrag of drama in de sessie.
  • Een coachee die jou op een voetstuk zet of juist afwijst.

Zie je dit gebeuren? Dan is de kans groot dat je met overdracht te maken hebt. En dan heb je iets om mee te werken.

Tegenoverdracht herkennen bij jezelf

Tegenoverdracht is geen zwakte. Het is informatie. Als je het herkent, ben je al halverwege. Maar je moet wel durven kijken. Want tegenoverdracht laat zich niet aankondigen met een belletje. Het komt binnen als een gevoel, een gedachte, een reactie die ‘net niet klopt’.

Lichamelijke signalen
Je voelt spanning in je schouders. Of juist een warm, opgejaagd gevoel in je buik. Je ademhaling verandert. Je merkt het vaak als eerste in je lijf, maar alleen als je er bewust van bent.

Emotionele reacties
Je wordt boos, verdrietig, geraakt of juist hyper-betrokken. Je voelt je afgewezen of hebt ineens de drang om het goed te maken. Grote emoties = grote kans op tegenoverdracht.

Gedachten en impulsen
“Ik moet haar echt helpen.”
“Hij verdient dit niet.”
“Ik zeg maar even niks, anders wordt ze weer boos.”
Dat zijn geen neutrale coachgedachten. Dat zijn red flags.

Praktische zelfreflectie
Reflecteer na elke sessie: Wat voelde ik? Wat dacht ik? Wat wilde ik doen of juist vermijden? En stel jezelf de belangrijkste vraag: Is dit van mij, of van de ander?

Hoe beter je jezelf kent, hoe sneller je door hebt: dit is niet ‘zomaar iets’, dit is tegenoverdracht. En daarmee kun je jouw coachee beter ondersteunen.

5 praktische manieren om met overdracht om te gaan

Overdracht hoort erbij. Het is geen fout, maar een signaal. De kunst is: er niet in mee te gaan, maar er professioneel mee te werken. Hieronder vijf manieren die je meteen kunt toepassen:

1. Bewust worden en benoemen

Overdracht begint met herkenning. Merk je dat een reactie niet ‘klopt’ met het hier-en-nu? Sta even stil. Je hoeft niet meteen in te grijpen, maar het helpt om het op te merken: “Er gebeurt iets en ik voel dat het niet alleen over deze situatie gaat.” Benoemen mag, mits zacht en onderzoekend. Dat opent het gesprek en voorkomt dat jullie samen in een oud script blijven hangen.”

2. Afstand nemen en reflecteren

Merk je dat je geraakt wordt, of de neiging hebt om te pleasen, te redden of juist te veroordelen? Neem afstand. Adem, parkeer het even en reflecteer later. Door afstand creëer je ruimte om het patroon te zien voor wat het is: oud zeer in een nieuw jasje. Zo kun je het bewust inzetten in plaats van erin meegezogen te worden.

3. Vragen stellen aan jezelf

Waarom raakt dit mij? Wil ik iets ‘repareren’? Ben ik nog coach, of speel ik nu een andere rol? Zelfonderzoek is key bij tegenoverdracht. Stel jezelf eerlijke vragen; ook als het ongemakkelijk is. Wat gebeurt hier bij mij? Waar komt dit vandaan? Zelfreflectie maakt het verschil tussen reageren en begeleiden.

4. Het gesprek aangaan met de coachee

Als je het patroon helder hebt, bespreek het. Benoem wat je opvalt: “Het lijkt alsof deze situatie iets groters bij je raakt.” Geen analyse, wel een uitnodiging tot bewustwording. Vaak herkent de coachee het, en ontstaat er ruimte voor verdieping. Let op: kies het moment zorgvuldig. Veiligheid en timing zijn alles.

5. Supervisie zoeken

Soms zit je er zelf middenin. Dan zie je het niet scherp. In dat geval: leg het voor in intervisie of bespreek het met een supervisor. Anderen kijken van een afstand en zien vaak wél waar jij wordt geraakt. Het is geen teken van zwakte, maar juist van vakmanschap om dit in de ogen te durven kijken.

Wanneer doorverwijzen?

Soms is coaching niet (meer) de juiste plek. Bijvoorbeeld als je merkt dat je coachee vastzit in diep trauma, niet meer functioneert in het dagelijks leven of steeds opnieuw in heftig emotioneel gedrag schiet. Dan is het je professionele verantwoordelijkheid om dit te signaleren en bespreekbaar te maken. Coaching stopt daar waar psychotherapie begint.

Let op signalen als extreme afhankelijkheid, dissociatie, suïcidale gedachten of geen enkel leervermogen meer. Wees helder: je bent coach, geen behandelaar. Doorverwijzen is geen falen, het is zorgen dat iemand krijgt wat écht nodig is.

Leer omgaan met overdracht en tegenoverdracht

Overdracht en tegenoverdracht vragen om vakmanschap. Bij NONONS leer je er professioneel mee werken in de Coach Expert opleiding. Je leert hoe je diepere lagen herkent, hoe je stevig blijft staan én hoe je deze dynamiek gebruikt als basis voor verandering.

We werken praktijkgericht met echte cases en volop ruimte voor supervisie en intervisie. Je traint jezelf om patronen te herkennen, zoals: “Mijn coachee reageert op mij alsof ik haar vervelende moeder ben.” Geen theorie om de theorie, maar werken met wat er in de praktijk echt gebeurt.

Veelgestelde vragen over overdracht en tegenoverdracht

Hoe weet ik of er sprake is van overdracht?
Let op reacties die groter zijn dan de situatie vraagt. Denk aan woede, afhankelijkheid of idealisering die niet bij jou als persoon past.

Wat is het verschil tussen overdracht en projectie?
Projectie is het toeschrijven van je eigen gevoel aan de ander. Bij overdracht herhaal je een oud relatiepatroon in het nu, meestal met sterke emoties.

Hoe voorkom ik tegenoverdracht als coach?
Niet. Maar je kunt het wel herkennen, onderzoeken en er professioneel mee omgaan. Zelfreflectie en intervisie zijn cruciaal.

Wanneer moet ik mijn coachee doorverwijzen?
Als het proces stagneert, de coachee afhankelijk wordt of jij over je professionele grenzen gaat.

Conclusie: overdracht en tegenoverdracht als leerkans

Overdracht en tegenoverdracht zijn spiegels. Ze laten zien wat er onder de oppervlakte speelt, bij je coachee én bij jezelf. Als je ze leert herkennen, kun je ermee werken in plaats van erin verstrikt te raken. Dat vraagt lef, zelfkennis en vakmanschap.

Bij NONONS leer je precies dat. Praktisch, diepgaand en met beide benen op de grond. Zodat je door jezelf te ontwikkelen ook je coachees verder helpt. 

Ontdek de Coach Expert opleiding