Onlangs stonk ik er weer in: ik heb een coachee, Hansje,  bij wie ik vaker het gevoel heb dat het eigenlijk nooit genoeg is wat ik doe. Wat ik haar ook aan oefeningen voorstel, geïrriteerd word ik ervan. ‘Een soort rupsje-nooit-genoeg’ zit er tegenover me. Het leek ook bijna alsof het míj overnam: klopte dit nog wel? Ik kan het parkeren, ik kan er als het ware boven hangen en zo vrij mogelijk blijven coachen. Ze zal er weinig last van hebben gehad. Maar ik! 

Pas toen ze weg was en ik tijd had om na te denken wat er nou precies gebeurde, wist ik weer: dit is écht van mij. En van mijn moeder. En mijn oma. 2 vrouwen die zich vaak gedragen alsof ze tekortkomen in het leven en altijd meer willen. En ik heb daar moeite mee, sterker nog, als ik het grof mag duiden: ik háát het als mensen meer en meer willen. 

Een oud stuk dus, van mij. Oftewel, een overdrachtsfenomeen. Iets van jou, iets ouds, uit je eigen verleden onbewust plakken op iemand anders, in dit geval mijn coachee. 

Wat is overdracht?

Overdrachtgevoelens zijn gevoelens die in hun aard of intensiteit niet kloppen in de actuele situatie: je draagt positieve of negatieve gevoelens over op iemand die horen bij iemand anders, vaak iemand uit je kindertijd. 

Overdracht vindt plaats in een afhankelijkheidsrelatie, zoals in de relatie tussen coach versus coachee, hulpverlener-cliënt, leidinggevende-medewerker.

Freud was de eerste die dit fenomeen beschreef. Het gaat over ‘weerstand’ als verdedigingsmechanisme waarbij hij het begrip ‘projectie’ introduceerde. Als je iets op iemand projecteert zeg je iets over hoe de ander zich volgens jou voelt. Vaak gebeurt projectie als gevolg van verdringing, hetgeen eigenlijk ook een verdedigingsmechanisme is.

Pas later beschreef Freud ‘overdracht’, dit is net iets anders dan projectie omdat je bij projectie ‘hinein interpretiert’ hoe de ander zich voelt, terwijl het bij overdracht juist gaat om gevoel dat bij jezelf opkomt dat geen reëel verband houdt met de actuele situatie, maar een ‘teveel’ heeft omdat het gevoel voortkomt uit je eigen ervaring en verleden.

Als overdracht bespreekbaar gemaakt kan worden en het daarmee in het bewustzijn komt, kan het de persoon in kwestie helpen om bepaalde vicieuze gedragspatronen te leren doorbreken.

Tegenoverdracht

Overdracht roept tegenoverdracht op. Het is de ‘tegen’ overdracht, als je onbewust reageert op de overdracht van de ander. Zoals bij mij eigenlijk, hoe ik op Hansje reageerde.  Maar laten we het niet te complex maken: in the end is het allemaal Overdracht. 

Hoe herken je overdracht bij je coachee?

Overdracht kun je niet echt voorkomen: iedereen heeft er onbewust mee te maken. Ken je die coachee die jou prijst? Die je zo dankbaar is? Die zich gedraagt alsof jij het allemaal beter weet dan hij? Of de coachee die bozig wordt op jou, waarbij jij denkt:’ hûh? Zo pittig is het toch niet wat ik net tegen hem zei?’ 

Kenmerken van overdracht

  1. Het is een herhalend gedragspatroon, iemand heeft er vaker last van, het is geen incident
  2. Gevoelens en gedachten passen niet in de huidige situatie 
  3. Het zijn sterke gevoelens 
  4. Je wordt als het ware uit je ‘Volwassen’ stuk getikt

overdracht en tegenoverdracht oefeningen

Overdracht en tegenoverdracht oefeningen

Wat kan je doen als je overdracht bij je coachee op het spoor bent?

  1. Bewust tegen jezelf zeggen dat je er niet in meegaat: oftewel ‘ weigeren’ 
  2. Met je coachee bespreekbaar maken: respectvol confronteren, met een link naar het coachdoel 
  3. Je kan de coachee leren een ‘ volwassen’ stuk te oefenen 
  4. Onderstaande oefening: overdrachtsbeeld weghalen 

Ik coachte Mirjam, die graag assertiever wilde worden om zich vrijer te kunnen voelen en bewegen, vooral op haar werk. Ze heeft een nieuwe leidinggevende die nogal een beroep doet op haar. Ze wil graag van Mirjam leren hoe het in dit bedrijf gaat. En Mirjam vindt het bloedirritant: als je zo nodig leidinggevende wilt zijn, moet je ook je eigen boontjes maar doppen. 

We doen er samen een oefening in, waar ik als nieuwe leidinggevende tegenover Mirjam ga staan. Mirjam mag alles zeggen wat ze stom, irritant, lastig vindt. En Mirjam ontdekt dat het vooral gaat over: doe niet steeds een beroep op mij. In de oefening vertel ik Mirjam dat ik ‘ het beroep doen op’ weghaal, ik zet een stap naar rechts, mét het ‘ beroep doen op’. Ik vraag haar aan wie dit haar doet denken, en ze weet het meteen, het gaat over een vriendinnetje van vroeger, die altijd aan haar trok. 

We laten het ‘beroep doen op’ rechts van ons, en ik keer terug naar de plek van de leidinggevende. Mirjam ervaart meer rust, en vooral nieuwsgierigheid. Ze heeft meer empathie voor de leidinggevende en wil haar wel beter leren kennen. 

Na de oefening blikken we terug: Mirjam neemt zich voor met haar leidinggevende afspraken te maken: welke hulp heeft ze nodig, wanneer kunnen ze dit plannen, en ze zal haar vertellen dat ze zelf af en toe moeite heeft met haar agenda bewaken: hoe kunnen ze dit samen oplossen. 

Nogmaals: Overdrachtsfenomenen zijn niet verkeerd. Ze horen erbij.  De kunst is je ervan bewust te worden, zodat je je realiseert dat je een keuze hebt: ga je erin mee of niet. En dat geeft rust en ruimte. Voor jezelf én de ander. 

Meer over overdracht leer je in onze verdiepende Coach Expert opleiding.